Toen mijn dochter een jaar of 7 was, kreeg ik een lijstje van haar, met woorden die ik niet meer mocht gebruiken. Ik scheen het nogal vaak te hebben over brainstormen, feedback en mindmaps.
Beetje pech voor mijn dochter, ze kwam net datzelfde jaar bij een juf in de klas die hetzelfde vakjargon erop nahield als mama. Woedend was ze.
Uitgekauwde woorden.
Op mijn 25ste begon ik aan mijn eerste baan als programmamanager bij leiderschapsinstituut de Baak. In de tien jaar dat ik daar gewerkt heb, heb ik het nodige vakjargon opgedaan. Woorden die een tweede natuur van mij zijn geworden en die ik dagelijks gebruik.
Woorden die ik zelf ook mooi en betekenisvol vind. Zoals missie-gedreven ondernemen. Of iets doen vanuit intentie. Impact maken. Of ‘trage vragen’ stellen; van die vragen waar je niet meteen het antwoord op hebt, maar waar je over moet mijmeren bij de openhaard, met een goed glas wijn.
Omdat ik momenteel webteksten aan het schrijven ben, voor op mijn nieuwe website, kom ik al mijn go-to woorden ineens weer tegen. Woorden als attitude, groots dromen en experimenteren. Deze keer is het mijn copywriter die me een lijstje met verboden woorden aanreikt; want te uitgekauwd.
Welke woorden staan op jouw lijstje met ‘uitgekauwde’ of ‘verboden’ woorden? 😉

